Er borrelt en bruist van alles in Nederland de laatste tijd. Hippe ‘doe het zelf’ initiatieven schieten als paddenstoelen uit de grond. Voor de volgers van Roeg & Roem niets nieuws natuurlijk, in de noordelijke wijken en dorpen worden al jarenlang honderden leuke acties uitgevoerd. Maar opvallend aan de bottom-up initiatieven van de laatste tijd is dat deze steeds op een aantal principes zijn gebaseerd.

Delen is het nieuwe hebben

Waarom heb je bezit nodig als je iets kunt delen of tijdelijk kunt gebruiken? Een mooi voorbeeld is de Wolkenfabriek  een nieuw Gronings initiatief in de oude Suikerfabriek. Het idee achter dit ‘inschuifrestaurant’ is dat je met verschillende kookcollectieven één keuken en restaurant deelt. Op die manier heb je geen eigen bedrijfsruimte nodig. Zo wordt het voor een opstartend kook- of cateringbedrijf mogelijk en voordelig om voor een aantal dagdelen een restaurant te runnen.

Een ander voorbeeld is de opkomst van online platforms om spullen met elkaar te delen. Via de websites Peerby en spullendelen.nl kun je heel makkelijk spullen lenen van iemand in jouw buurt. De website Toogethr.com en Snappcar helpen je om samen met buurtgenoten een auto te delen. Ook via Facebook richt men lokale groepen op als ‘Oproepjes voor Groningers’ en ruil- en weggeefhoekjes om spullen met elkaar te delen.

Waarde is het nieuwe geld

Waarom zou je waarde blijven uitdrukken in geld, als geld haar waarde zo makkelijk verliest? Sinds dit ons door de crisis pijnlijk duidelijk werd, zoeken steeds meer mensen andere manieren om waarde vast te leggen. De Bitcoin, een alternatief online betaalmiddel, stijgt momenteel zo hard in waarde dat de belastingdienst en banken zich achter hun oren krabben. Tot nu toe staan ze volledig buitenspel. Andere alternatieve betaalmiddelen werken op basis van punten of ‘credits’, die je verdient door elkaar onderling diensten te verlenen. Zo is er in Amsterdam de Makkie en in Rotterdam de Zuiderling. Bij WeHelpen.nl, onder andere in Groningen in opkomst, wordt zelfs helemaal geen kredietsysteem gebruikt. Het idee achter deze vrijwillige dienstenruil is gebaseerd op het vertrouwen dat vraag en aanbod elkaar wel bedienen. Je hoeft niet per saldo iets terug te krijgen voor je dienstverlening, je haalt je ‘credits’ alleen al uit het gevoel dat je samen maatschappelijke waarde creëert.

Klein is het nieuwe groot

Waarom zou je bij een grote, afstandelijke organisatie een dienst of product afnemen, als je dit ook samen met je buurtgenoten of kennissen kunt regelen? Als gevolg van de crisis met haar ineenstorting van verzekeringen en pensioenfondsen, zoeken veel mensen het tegenwoordig dichter bij huis. Een mooi voorbeeld is het Broodfonds: een groep ondernemers die op basis van onderling vertrouwen samen een pot geld bij elkaar spaart. Elk van hen kan er een beroep op doen, mocht de nood aan de man komen.

Een ander voorbeeld van nieuwe kleinschaligheid is dat steeds meer mensen hun eigen duurzame energie opwekken. We hebben al een eigen Groningse energiecoöperatie, Grunneger Power en binnenkort zal het mogelijk zijn om je eigen opgewekte stroom met je buurtgenoten te delen. Ook onze voeding gaat steeds meer lokaal: als alternatief voor groente en fruit uit de supermarkt, die het vaak uit verre landen moet halen, leggen mensen zelf een buurtmoestuin aan. Eetbare Stad telt al vijftig initiatieven in Groningen. Weer een ander voorbeeld is de website Thuisafgehaald.nl die jou in contact brengt met jouw ‘thuiskok’ buurvrouw op de hoek. Goedkoper, gezonder en betrouwbaarder dan je eten afhalen bij de McDonalds en je helpt je buurvrouw er ook nog eens mee uit de kosten.

Tijdelijkheid is het nieuwe nu

Waarom zou je een bedrijfspand of een braakliggend terrein jarenlang leeg laten staan, als er door een andere insteek een nieuwe invulling aan kan worden gegeven? Steeds meer pandeigenaren en grondbezitters kiezen ervoor om hun huurprijs los te laten omdat deze zich niet meer verhoudt tot de vraag die er is. Zodra zij de prijs loslaten blijkt er wel degelijk vraag te zijn, maar deze is vaak van tijdelijke aard en het verdienmodel zit hem in de waardecreatie die dit bijdraagt aan het gebouw of gebied.

Zo duiken er overal in de stad ‘pop-up’s op: pop-up café’s, pop-up winkels, pop-up restaurants. Op het eerste gezicht geheimzinnig, want het betreffende ding is nieuw op een oude plek en past vaak niet in een bestaand jasje of herkenbaar horeca- of winkelketenconcept. Maar zo’n pop-up heeft vaak een enorme aantrekkingskracht op z’n omgeving. Kijk maar eens in de Carolieweg: een klein winkelstraatje dat nagenoeg leegstond, maar sinds kort één van de hipste straatjes van Groningen is. Steeds meer pandeigenaren kiezen ervoor om de creatieve pop-ups voor een bodemprijs hun leegstaande winkelpanden te laten huren. In de hoop natuurlijk, dat het pand uiteindelijk weer voor de originele huurprijs zal worden verhuurd. Maar of die toekomst realistisch is? Wie het weet mag het zeggen.

Volgens Marleen komen de beste ideeën uit de mensen zelf. Vanuit deze insteek begeleidt ze veranderprocessen in onze woon- en werkomgeving. Ze is thuis in thema’s als wonen, openbare ruimte, voorzieningen, lokale zorg en leefbaarheid. Met haar bureau ‘participatie en co-creatie’ werkt ze voor verschillende opdrachtgevers.

Bekijk al onze bloggers